Kerksite Groot-Gelmen, foto Eddy Kellens, 2013

DE SINT-MARTINUSKERK TE GROOT-GELMEN                             

Sinds 1 juli 2017 is de Sint-Martinuskerk van Groot-Gelmen elke dag gedeeltelijk toegankelijk voor bezoekers. Ze is open tot het torenportaal met poortvensters. Graag onthalen we de bezoekers met dit meeneemblaadje waarin de geschiedenis van de kerk, een beschrijving van het kerkgebouw en informatie over het actuele kerkelijke leven, te lezen valt.   

Een monumentale toegangstrap (ca. 1900) voert met een 40-tal treden naar een natuurlijke hoogte, hoogstwaarschijnlijk een voorchristelijk centrum voor de Keltische eredienst. Deze heidense cultusplek werd reeds vroeg gekerstend (zevende eeuw) want Groot-Gelmen behoort tot de oudste parochies uit de streek.  

In de middeleeuwen stond op deze hoogte, gelegen langs de oude weg Luik – Sint-Truiden, een gotisch kerkje. Het godshuis had een klassieke oriëntatie gericht op het oosten, waar elke morgen de zon opgaat. In 1676 werd het schip vergroot. In 1850 werd de bouwvallige kerktoren – daterend van 1401 – vervangen door een geheel nieuwe toren. In 1878 werd het kerkgebouw, te klein bevonden voor het aantal gelovigen, afgebroken tot op de grond.  

Op de plaats van de oude kerk verrees prompt een geheel nieuwe, de huidige kerk. Ze werd gebouwd tussen 1878 en 1881. De kerk is met het koor gericht op het noordwesten. Ze staat dus zowat dwars op de oude.

Architect Isidore Gerard (1819-1881) ontwierp het gebouw, de aannemer was Goffin uit Gingelom. In 1884 werd de kerk gewijd door Mgr. Victor-Joseph Doutreloux, bisschop van Luik.

De plattegrond van de kerk heeft de vorm van een kruis en is opgezet als ‘basiliek’. Dit wil zeggen dat de zijbeuken lager zijn dan de middenbeuk en dat de middenbeuk boven de zijbeuken is voorzien van een rij vensters.

De buitenzijde van de kerk is eclectisch met overwegend neoromaanse kenmerken (rondboogstijl) en met enkele neogotische elementen (zoals de bekronende ronde pinakels met kruisbloemen). 

De binnenbouw van de kerk is homogeen neoromaans. 

Van het oorspronkelijk eikenhouten kerkmeubilair (ca. 1880), getekend door architect I. Gerard, resten enkel nog het tabernakel van het hoogaltaar, de communiebank (omgebouwd tot dienstaltaar in 1988), het tabernakel van het Onze-Lieve-Vrouwaltaar en delen van de twee biechtstoelen (o.a. de fronten met wapenschilden van de schenkers uit 1894 en 1897). De preekstoel is in zijn geheel verdwenen. De versobering van het kerkinterieur in de jaren 1960 en 70 (na Vaticanum II, 1962-1965), werd geadviseerd door minderbroeder en kunstschilder pater Geroen De Bruycker (1916-2007). Later werden er enkele minder geslaagde pogingen ondernomen om de kerk aan te kleden.  

De arduinen neoromaanse doopvont (ca. 1880) vooraan in de kerk is ontworpen door architect I. Gerard. Het koperen deksel is van latere datum. De doopvont stond oorspronkelijk achteraan in de doopkapel.

In 1908 werd de kerk voorzien van eikenhouten zit- en knielbanken. Deze werden in 2005 grotendeels vervangen door comfortabele zitstoelen.    

In de jaren 1908-1910 werd de halfronde apsis voorzien van fresco’s van de hand van muurschilder Peter Heidbüchel (1868-1949). In de geest van de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw werd de kerk eenvormig wit geschilderd en verdwenen alle muurschilderingen. De muurschildering in het apsisgewelf werd bij de renovatie in 2004 terug tevoorschijn gehaald en gerestaureerd. Het stelt de H. Drievuldigheid voor in het gezelschap van de vier evangelisten, hun symbolen en van engelen. Van de andere muurschilderingen zijn enkel de twee geschilderde medaillons tegen de zijmuren van het koor terug naar voren gehaald. Zij refereren naar het lijdensverhaal: Ecce Homo (‘Zie de mens’) en Mater Dolorosa (Rouwende Moeder).    

De drie brandglasramen in de koorafsluiting tonen drie scenes: de bekering van de apostel Paulus, waarbij hij van zijn paard valt; de liefdadigheid van de heilige Martinus van Tours, waarbij een bedelaar de helft van zijn mantel krijgt; en de ontmoeting van Atilla de Hun met paus Leo I de Grote, waardoor de plundering van Rome in 452 voorkomen kon worden. De andere glas-in-loodramen van de kerk zijn niet gebrandschilderd en gedecoreerd. Ze laten overvloedig het zonlicht binnen.   

De oostelijke ruimte bezijden het koor was tot ca. 1960 het oratorium (met aparte toegangsdeur) van de lokale kasteelfamilie Ulens. Deze ruimte wordt thans gebruikt als tweede sacristie.  

Onder de triomfboog, op de grens van koor en schip, hangt het grote triomfkruis (corpus 19de eeuw, kruishout ca. 2005).     

In de kerk bevinden zich mooie gepolychromeerde beelden. Tot de merkwaardige heiligenbeelden behoren de H. Bertilla van Chelles (hout, 1854, Cornelis Janssen, Sint-Truiden). Zij wordt de moeder van de ‘Drie Heilige Gezusters’ genoemd en werd te Groot-Gelmen bijzonder vereerd. Het pleisteren beeld van Sint-Christoffel met Jezuskind werd aangekocht in 1959, bij gelegenheid van de oprichting van de Broederschap van Sint-Christoffel met jaarlijkse zegening der voertuigen. Sint-Martinus van Tours (hout, 19de eeuw), patroon van de kerk, voorgesteld als bisschop met een bedelaar aan zijn voeten. Verder vinden we in de kerk nog 19de eeuwse houten beelden van Sint-Jozef met Jezuskind en van de H. Antonius van Padua met Jezuskind. Van dezelfde tijd dateren de pleisteren beeldengroep van de H. Familie en het pleisteren beeld van de H. Isidorus van Madrid, patroon van de landbouwers. Tot de oudste beelden behoren de Verrezen Christus (17de eeuw, misschien afkomstig van een oud altaarretabel) en Sint-Sebastiaan met pijlen beschoten (17de eeuw, reeds in de 16de eeuw was er in Groot-Gelmen een Sint-Sebastiaans-schutterij). Uiteraard kunnen beelden van de H. Maagd Maria niet ontbreken. Er is een gekleed Madonnabeeld met Jezuskind (staakbeeld, 19de eeuw, wordt meegedragen in de processie) en een plaasteren devotiebeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.

De kerk heeft een eenvoudige, moderne kruisweg van vijftien staties.

Het kerkorgel (Arnold Clerinx, 1816-1898), beschermd sinds 2003, werd in 1857 gebouwd voor de oude kerk en omstreeks 1885 door orgelbouwer Theodore Ruef overgebracht naar het doksaal van de huidige kerk. In 2016 werd het orgel geheel gedemonteerd en naar de begane grond gebracht, waar het in het westtransept wordt heropgebouwd door orgelbouwer Jos Moors. De herplaatsing van het orgel is een gelegenheid om het kerkinterieur in zijn geheel te herbekijken, met respect voor oud en nieuw.      

In de vroegere doopkapel bevinden zich de oude grafstenen van de familie de Herckenrode. De genoemde Joanna, Maria, Clara Van Udekem (1762-1821) is een verre tante (‘betovergroottante’) van onze huidige koningin Mathilde d'Udekem d'Acoz. De adellijke lieden van het nabijgelegen kasteel Chateau de la Motte werden begraven in de familiegrafkelder onder het koor van de oude kerk (ter hoogte van de huidige traptoren). In het portaal naar het doksaal bevindt zich het grafmonument van E.H. Robertus Eyben (1812-1858), pastoor van Groot-Gelmen van 1845 tot 1858.   

Een marmeren oorlogsmonument 1914-1918, een kruisbeeld en een eiken zitbank bevinden zich in het torenportaal.    

De ingebouwde kerktoren heeft bovenin twee klokken: een grote klok van 1813, toegewijd aan Sint-Martinus, en een kleine klok van 1967 die de naam draagt ‘O.L.V. van de Blijde Vrede’.

In de jaren 2000 werden er grote renovatiewerken in en aan de kerk uitgevoerd. De werken werden afgesloten met een dankviering, voorgegaan door Mgr. Patrick Hoogmartens, bisschop van Hasselt, op 19 juni 2005. Als herinnering aan deze gebeurtenis staat in het boogveld bovenaan de ingangspoort van de kerk de sprekende tekst: ‘Wij zijn de levende stenen van Gods bouwwerk’.  

Het kerkhof rondom de kerk is als begraafplaats sinds 1970 niet meer in gebruik. Er staan nog een paar 17de- en 18de-eeuwse grafkruisen. Er bevindt zich op het kerkhof ook een zeldzaam moord- of zoenkruis (van ‘verzoenen’) uit 1643 waarop zowel de naam van het slachtoffer (Jan Morbiers) als die van de moordenaar (Gijsen Vasoens) staan vermeld.

Op de hooggelegen kerksite bevinden zich verder de pastorie, gebouwd in 1856 naar de plannen van provinciaal architect Lambert Jaminé (1800-1871); het vroegere zusterhuis (nu bewoond door seizoenarbeiders in de fruitteelt), de voormalige basisschool (1911) met latere bijbouw (nu Chiro Engroli en Jeugdhuis ’t Kliekske), en de parochiezaal (1931).

De monumentale toegangstrap naar de kerk afdalend, komt men op het dorpsplein, heraangelegd in 2013 en tot ‘Swaenhoffplein’ gedoopt. Op het plein bevindt zich de oudste herberg van Limburg ‘De Zwaan’ uit 1656  (gerestaureerd in 2006) en een prachtige haag van gele kornoelje, beschermd sinds 2010. In de dorpskern staan enkele ferme vierkanthoeven. Verderop bevindt zich het kasteel Chateau de la Motte en de eeuwenoude kapel van Helshoven, toegewijd aan de Moeder Gods, Koningin van de Blijde Vrede.    

Kerk en parochie vandaag

De parochie Sint-Martinus Groot-Gelmen maakt sinds de jaren 2000 deel uit van de federatie Kana, samen met de naburige parochies Aalst, Brustem, Engelmanshoven, Gelinden en Ordingen. De federatie groeit momenteel door naar een pastorale eenheid, die op termijn de nieuwe parochie zal worden. Sinds het Parochiekerkenplan 2014 is de kerk van Groot-Gelmen een prioritaire kerk, samen met de kerk van Brustem. Zoals in de vijf andere dorpskerken van de federatie is er in de kerk van Groot-Gelmen om de veertien dagen een federatieve zondagseucharistie (op zondag om 10.00 uur). De kerkelijke hoogdagen worden federatief gevierd in de kerken van Groot-Gelmen en Brustem. Ook de federatieve eerste communie- en vormselvieringen hebben plaats in de beide kerken. De doop- en huwelijksvieringen en de kerkelijke uitvaartdiensten hebben plaats in elke parochiekerk van de federatie. De weekdageucharistievieringen van de federatie gaan door in de naburige kapel van Helshoven, elke dinsdag en donderdag om 18.00 uur, en iedere eerste vrijdag van de maand om 18.00 uur in de historische kapel van de H. Eucherius te Brustem. Bijzonder voor Groot-Gelmen is de dekenale Sint-Christoffelbedevaart met zegening van de voertuigen beneden aan de trappen van de kerk, telkenjare op de laatste zondag van juli of de eerste zondag van augustus. Op het hoogfeest van de Tenhemelopneming van Maria zijn er openluchtmissen aan de kapel van Helshoven (om 10.00 uur en om 15.00 uur). Vermeldenswaard is de sacramentsprocessie die jaarlijks in een van de zes parochies van de federatie, in alfabetische volgorde, wordt gehouden; in 2017 was Groot-Gelmen aan de beurt.